Statuten

Statuten

HOOFDSTUK 1: NAAM, ZETEL, DOEL, VERMOGEN EN STRUCTUUR

Naam en zetel

Artikel 1.1

1. De stichting draagt de naam: Stichting De Bram

2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Renkum.

Concept stichting De Bram

Artikel 1.1a

Stichting De Bram biedt gastvrijheid en een tijdelijke rustplek in de vorm van huisvesting aan mensen in een kwetsbare tijd in hun leven.

Doel

Artikel 1.2

  1. De stichting heeft ten doel het bieden van gastvrijheid en een tijdelijke rustplek (tijdelijke huisvesting) aan mensen in een kwetsbare tijd in hun leven en voorts al hetgeen met het vorenstaande direct of indirect verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
  2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
    1. het (doen) bieden van tijdelijke kamers en een gedeelde leefruimte (woonkamer, keuken en tuin) aan gasten die om diverse redenen rust en een verblijfsplek nodig hebben;
    1. Het onderhouden van deze gastvrije plek door omwoners, gasten en betrokkenen. Daarnaast houden we de mogelijkheid open om de leefruimte ook beschikbaar te stellen voor initiatieven die een verbinding creëren in de directe buurt en Renkum, mits dit het doel van gastvrijheid bieden niet schaadt;
    1. Het vormgeven van gastvrijheid in de vorm van omwoners die gezamenlijk met elkaar en de gasten optrekken en naar elkaar omkijken.
  3. De stichting beoogt niet het maken van winst. Het is de stichting wel toegestaan commerciële activiteiten te verrichten, mits deze activiteiten worden verricht ter bevordering van het doel van de stichting.

Vermogen

Artikel 1.3

  1. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
    1. schenkingen, erfstellingen en legaten;
    1. subsidies en donaties;
    1. alle andere verkrijgingen en baten.
  2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
  3. Inkomsten uit commerciële activiteiten als bedoeld in artikel 1.2 lid 3, dienen binnen redelijke termijn ten goede te komen aan het doel van de stichting.

Structuur

Artikel 1.4

  1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur.
  2. Binnen de stichting kunnen daarnaast één of meer commissies en/of (advies)raden worden ingesteld.
  3. De concrete invulling van het vormgeven van gastvrijheid (waaronder besluiten over wie in welke vorm gastvrijheid genieten) ligt bij de directe omwoners, zoals omschreven in het Huishoudelijk Reglement.

HOOFDSTUK 2: BESTUUR

Bestuur — samenstelling

Artikel 2.1

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur met algemene stemmen te bepalen aantal bestuurders van ten minste drie (3) en ten hoogste zeven (7) personen. Het bestuur wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Tot bestuurder kunnen alleen uitsluitend natuurlijke personen worden benoemd.
  2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.

Bestuur – benoeming

Artikel 2.2

  1. De bestuurders worden benoemd door het bestuur.
  2. De bestuurders worden benoemd voor vier (4) jaren en kunnen onbeperkt worden herbenoemd. De bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een bestuurder die in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt de plaats van zijn voorganger in.
  3. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zal het bestuur daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s).

Bestuur – schorsing en ontslag

Artikel 2.3

  1. Een bestuurder wordt geschorst en ontslagen door het bestuur met een twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan worden geschorst of ontslagen:
    1. Indien de bestuurder niet adequaat functioneert
    1. in alle gevallen wegens gedragingen waardoor de goede naam of belangen van de stichting worden geschaad
  2. Een bestuurder defungeert voorts door:
    1. het overlijden van de betreffende bestuurder;
    1. het periodiek aftreden van de betreffende bestuurder;
    1. het vrijwillig aftreden door de betreffende bestuurder;
    1. verlies van het vrije beheer van de betreffende bestuurder over zijn vermogen;
    1. schriftelijke ontslagneming (bedanken) door de betreffende bestuurder;
    1. ontslag van de betreffende bestuurder op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. Ontslag van een bestuurder anders dan op eigen verzoek vindt niet plaats dan nadat hij is gehoord of in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden in een vergadering van het bestuur.
  4. Een schorsing kan een of meer malen worden verlengd. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn. Gedurende de termijn dat een bestuurder geschorst is, is het hem verboden zich te bevinden in de gebouwen of op de terreinen die bij de stichting in gebruik zijn. Tevens is het hem verboden zich toegang te verstrekken tot de gegevensdragers (onder andere social media, website) van de stichting.

Bestuur – ontstentenis en belet, beloning

Artikel 2.4

  1. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. Ingeval van ontstentenis of belet van alle bestuurders kan – op verzoek van iedere belanghebbende – door de bevoegde rechtbank in de ledige plaats(en) worden voorzien.
  2. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

Bestuur – taken en bevoegdheden

Artikel 2.5

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Ingeval van vacatures of ingeval van het ontbreken van een bestuurder om welke reden dan ook, behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
  3. Het bestuur kan en mag niet over het vermogen van de stichting beschikken alsof het zijn eigen vermogen betreft.

Bestuur – vertegenwoordiging

Artikel 2.6

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee bestuurders gezamenlijk handelend.
  2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich sterk maakt voor een derde of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Bestuur — vergadering en besluitvorming

Artikel 2.7

Vergadering

  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de stichting haar zetel heeft, tenzij het bestuur anders besluit.
  2. Indien het bestuur uit meer dan één persoon bestaat, vergadert het bestuur zo vaak als twee bestuurders gezamenlijk dit nodig achten. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, is de voorzitter gehouden binnen drie (3) weken na het verzoek een vergadering te beleggen. Indien de voorzitter daar niet toe overgaat zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. Van de vergaderingen worden notulen gehouden. Vergaderingen van het bestuur kunnen ook per telefoon, videoconference of andere audiovisuele transmissie systemen worden gehouden, mits alle deelnemende leden elkaar gelijktijdig kunnen verstaan. Het bepaalde in de vorige zin is van overeenkomstige toepassing op het deelnemen van een bestuurder aan een vergadering. Het op dergelijke wijze deelnemen zal worden aangemerkt als ware de bestuurder aanwezig in de vergadering.
  3. Het bestuur wordt schriftelijk door of vanwege de voorzitter bijeengeroepen, waarbij de termijn van ten minste zeven (7) dagen in acht genomen dient te worden, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. De bijeenroeping geschiedt onder bijvoeging van een agenda. De voorzitter kan spoedheidshalve van deze regels afwijken, indien dat naar zijn oordeel  vereist is.
  4. Een bestuurder kan zich ter vergadering door een medebestuurder laten vertegenwoordigen op overlegging van een ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één medebestuurder als gevolmachtigde optreden.
  5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.

Besluitvorming

  • ledere bestuurder heeft één stem.
  • Bij stemmingen blijven blanco stemmen en ongeldige stemmen bij de telling buiten aanmerking.
  • De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van een uitgebrachte stem.
  • In alle vergaderingen wordt over zaken mondeling gestemd en over personen door middel van gesloten briefjes, die voor het einde van de vergadering worden vernietigd.
  • Voor zover de wet of deze statuten niet anders bepalen worden rechtsgeldige besluiten genomen met een volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien er staking van stemmen is, heeft de voorzitter van het bestuur de beslissende stem.
  • Indien het onder lid 10 van dit artikel vermelde quorum niet aanwezig is, wordt binnen drie (3) weken na de onder lid 10 van dit artikel bedoelde vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, waarin ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders over de onderwerpen die voor voormelde eerste vergadering waren geagendeerd, met een volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen kan worden besloten.
  • Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend.
  • Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering, of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  • Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  • Het bestuur kan ook, mits met algemene stemmen, buiten vergadering besluiten nemen, indien alle in functie zijnde bestuurders schriftelijk hebben ingestemd met de wijze van besluitvorming. Een op voormelde wijze genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris in een besluitenlijst vastgelegd
  • Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen

HOOFDSTUK 3: REGLEMENTEN, BOEKJAAR EN JAARREKENING

Reglementen

Artikel 3.1

  1. Het bestuur is bevoegd reglementen vast te stellen, te wijzigen of op te heffen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
  2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 4.1 lid 1, lid 2 en lid 3 van toepassing.

Boekjaar en Jaarrekening

Artikel 3.2

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Jaarlijks per het einde van het boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken, desgewenst vergezeld van een rapport van een registeraccountant of van een accountant-administratieconsulent, aan het bestuur worden aangeboden. Vaststelling van de jaarstukken geschiedt door het bestuur.
  4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende de wettelijke bewaartermijn te bewaren.
  5. Jaarlijks voor het komende boekjaar wordt door het bestuur een begroting voor het komende boekjaar opgesteld. De begroting wordt vastgesteld door het bestuur.

HOOFDSTUK 4: STATUTENWIJZIGING, FUSIE, SPLITSING, ONTBINDING — EN VEREFFENING

Statutenwijziging, fusie en splitsing

Artikel 4.1

  1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten. Daartoe worden de bestuurders bijeengeroepen op een termijn van ten minste veertien (14) dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
  2. Het besluit tot statutenwijziging kan alleen worden genomen met ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  3. Indien in deze vergadering voormeld quorum niet aanwezig is, wordt na twee (2) weken en binnen vier (4) weken een tweede vergadering gehouden, waarin, ongeacht het aantal aanwezige bestuurders, een vorenbedoeld besluit tot statutenwijziging kan worden genomen, mits met een ten minste twee/derde meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.
  4. De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van die akte is iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd.
  5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
  6. Het hiervoor in de leden 1 tot en met 3 bepaalde is overeenkomstig van toepassing op besluiten tot juridische fusie en tot juridische splitsing.

Ontbinding en vereffening

Artikel 4.2

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 4.1 leden 1 tot en met 3 van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur of door een of meer door het bestuur aan te wijzen personen.
  4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Op de vereffening zijn de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
  5. Een batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft, te besluiten door het bestuur.
  6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de wettelijke bewaartermijn berusten onder diegene die daartoe door het bestuur is aangewezen

HOOFDSTUK 5: SLOTBEPALING

Slotbepaling

Artikel 5.1

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

Slotverklaringen

Tenslotte verklaarde de comparant, handelend als gemeld.

  1. dat voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting worden benoemd:
  2. de heer Hendrik Johannes Klok, geboren te Kampen op 18-10-1985, als voorzitter;
  3. mevrouw Hester Jacoba, geboren te Nieuwegein op 05-07-1986, als secretaris;
  4. de heer Johannes Christoffel Zwart, geboren te Zierikzee op 17-01-1985, als penningmeester;
  5. mevrouw Maatje Rensje Melse, geboren te Zoetermeer op 13-10-1989, als bestuurslid.

b. dat het adres van de stichting is: Bram Streeflandweg 65, 6871 HV Renkum;

c. het eerste boekjaar van de stichting eindigt ultimo 31 december tweeduizend — tweeëntwintig.